Het is eigenlijk simpel: invasieve exoten zijn exoten die invasief zijn.
Wat zijn exoten?
Wat betekent invasief?
∆ Exoten
‘Exoten’ worden ook wel ‘uitheemse soorten’ genoemd. Het zijn soorten dieren, planten en micro-organismen die als gevolg van menselijk handelen in een nieuw leefgebied terecht zijn gekomen, waar ze van oorsprong niet thuishoren.
Het kan zijn dat ze door mensen zijn getransporteerd vanuit hun oorspronkelijke leefgebied naar een nieuw leefgebied. Dat transport kan opzettelijk plaatsvinden, zoals bij de handel in exotische (tuin)planten of (huis)dieren.
Maar kan ook zijn dat ze per ongeluk als verstekeling meekomen met geïmporteerde producten. Bijvoorbeeld: de tijgermug die in zeecontainers met Lucky bamboo uit China meelift.
Ook kan het zijn dat mensen natuurlijke barrières opheffen, waardoor de soorten in staat zijn in een nieuw leefgebied te komen. Voorbeeld is het kanaal tussen Donau en Rijn, waardoor aquatische exoten vanuit de Donau in de Rijn terechtkomen. Meer over de mogelijke invoerroutes: zie ‘Hoe komen ze hier.’
Het kan zijn dat de soort al lange tijd geleden in het nieuwe gebied is terechtgekomen. Doorgaans wordt als startpunt gehanteerd het jaar 1492 (vaak afgerond tot het jaar 1500). Toen begonnen de ontdekkingsreizen en kwam het wereldwijde transport van soorten echt op gang.
Soorten die vóór het jaar 1500 in Nederland zijn geïntroduceerd, worden als inheems beschouwd. Voorbeelden: het konijn, het damhert en de fazant. Zij zijn dus geen exoot.
Soorten die op eigen kracht, bijvoorbeeld in verband met de klimaatverandering, vanuit hun oorspronkelijk gebied in een nieuw leefgebied komen, worden niet als exoten beschouwd. Soorten die van oorsprong in Zuid-Europa leven, maar na verloop van kortere of langere tijd op eigen kracht in Nederland terechtkomen, zijn dus geen exoten. Ook vogels die op eigen kracht - al dan niet tijdelijk – vanuit hun oorspronkelijk leefgebied in een nieuw leefgebied terechtkomen (bijvoorbeeld als dwaalgast) worden niet als exoot aangemerkt. Een voorbeeld is de Turkse tortel.
∆ Invasief
‘Invasief’ houdt in dat een exoot zich in zijn nieuwe leefgebied kan gaan vestigen en verspreiden. ‘Kan’ betekent hier dat vestiging en verspreiding niet bij voorbaat uitgesloten is. Er hoeft dus op het moment van vaststelling dat een soort een invasieve exoot is dus geen sprake te zijn van daadwerkelijke vestiging en verspreiding. Als dat in praktijk wordt geconstateerd is het namelijk vaak al te laat en kan de soort (bijna) niet meer uitgeroeid worden.
Bij de vaststelling van de kans op vestiging en verspreiding moet rekening worden gehouden met het feit dat de eigenschappen van een soort kunnen veranderen. Zo is gebleken dat sommige insecten die zich snel voortplanten zich binnen relatief korte tijd genetisch kunnen aanpassen, waardoor ze zich in een kouder klimaat kunnen handhaven dan waar ze van nature voorkomen.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met het feit dat de leefomgeving verandert door de klimaatverandering. Nederland wordt hierdoor steeds aantrekkelijker voor soorten die gesteld zijn op warme zomers en zachte winters.
Het komt vaak voor dat invasieve exoten in hun nieuwe gebied groter en talrijker zijn dan in hun thuisland, doordat ze verlost zijn van hun natuurlijke parasieten en predatoren. Daardoor kunnen ze extra schade aanrichten en is het vaak (vrijwel) onmogelijk om ze weer weg te krijgen.
Het kan in eerste instantie erop lijken dat een soort niet invasief is, doordat hij lange tijd slechts in kleine aantallen voorkomt. Er zijn voorbeelden uit de praktijk waaruit blijkt dat soorten kunnen zich soms pas na tientallen jaren explosief gaan uitbreiden.
Alertheid is geboden, want een biologische invasie kan al beginnen met de introductie van één insect! Zie bijvoorbeeld dit (Engelstalige) artikel.
Kleine organismen zijn in het voordeel bij grote organismen in alle fasen van het invasieproces (verspreiding, vestiging en handhaving/integratie). Hiervoor zijn de
volgende redenen:
doordat ze klein zijn hebben ze meer kans mee te liften, worden ze minder snel opgemerkt, kunnen ze zich gemakkelijker verbergen en zijn ze moeilijker te bestrijden;
doordat ze ook vaak talrijker zijn, hebben ze ook om die reden meer kans mee te liften. Ook hebben ze meer kans een partner te vinden na kolonisatie en minder kans geheel te worden uitgeroeid door predatoren, parasieten, ziektekiemen, concurrenten en de mens. Bovendien hebben ze meer genetische variatie en daardoor meer kans zich aan te passen;
doordat ze zich vaak sneller voortplanten hebben ze minder tijd nodig om een levensvatbare populatie te vormen.
Welbeschouwd verschillen invasieve exoten niet wezenlijk van genetisch gemodificeerde organismen. In beide gevallen gaat het om introductie van soorten die voor de betreffende leefomgeving nieuw zijn. Het enige verschil is dat het bij invasieve exoten gaat het om bestaande soorten. De gevolgen van introductie kunnen bij bestaande soorten echter minstens zo schadelijk zijn als bij genetisch gemodificeerde organismen.
In dat opzicht is het onbegrijpelijk dat de Nederlandse overheid veel onvoorzichtiger omgaat met de invoer van invasieve exoten dan met de introductie van genetisch gemodificeerde organismen. Zie meer hierover onder ‘Nederlandse beleid’.
Invasieve exoten kunnen allerlei vormen van schade veroorzaken. Deze schadelijke effecten zijn vaak onomkeerbaar, omdat de soort na vestiging vaak niet meer uit te roeien is. Zie: ‘Waarom zijn ze schadelijk’.