wpf19d718a.png
wpbbccd080_0f.jpg
wp90903ae7.png
wp3eff91cb.png
wped9d592f.png
wp2c9c0db1.png

 

-Wereldwijde ervaring

-Overal toepasbare Toolkit

-Achtergronddocument voor Beleidsnota Invasieve exoten

 

Wereldwijde ervaring

 

In verschillende landen is er al vele jaren ervaring opgedaan met de aanpak van invasieve exoten. Denk maar aan Australië en Nieuw-Zeeland, met ecosystemen die zeer kwetsbaar zijn voor invasies van nieuwe soorten planten en dieren. Maar ook in bijvoorbeeld de Verenigde Staten is overheid en publiek al jarenlang zeer alert. Vaak is men door schade en schande wijs geworden (bijvoorbeeld door de effecten die de introductie van het konijn in Australië had).

 

Overal toepasbare Toolkit

 

In 1999 heeft een internationaal team van experts en beleidsmakers in het kader van het “Global Invasive Species Programme’ een handleiding (‘toolkit’) ontworpen voor preventie van de introductie en beheersing van de verspreiding van invasieve exoten. Deze handleiding met de naam  “Invasive alien species, How to address one of the greatest threats to biodiversity: A toolkit of best prevention and management practises.” is bedoeld om overheden te helpen bij het ontwikkelen van beleid voor invasieve exoten. In onderstaande schema is de te volgen aanpak heel beknopt weergegeven.

 

wp39b951e0.png

 

Voorop in de aanpak staat preventie: voorkomen dat invasieve exoten per ongeluk of expres het land in komen. Adequate wetgeving (en het toezicht daarop!) is van groot belang, evenals het zonodig uitvoeren van quarantainemaatregelen.

Het is nooit helemaal uit te sluiten dat een soort door deze preventie-barrière komt. Periodieke monitoring, gericht op het vroegtijdig detecteren van invasieve exoten zal dus altijd nodig zijn. Een adequate monitoring zal de overheid nooit alleen kunnen uitvoeren, hulp van allerlei relevante organisaties en het publiek is daarbij dus onmisbaar. Hierbij heeft de overheid een taak wat betreft coördinatie en communicatie.

 

Door  continu alert te zijn op introductie van invasieve exoten kan in een vroegtijdig  stadium worden ingegrepen. Dan is uitroeiing (dit omvat ook wegvangen) van de invasieve soort vaak nog mogelijk. Na uitvoering van de bestrijding zal periodiek moeten worden gekeken of de bestrijding effectief is geweest.

 

In het geval de soort zich gevestigd heeft zullen tot in lengte van jaren beheersmaatregelen moeten worden uitgevoerd om de ontwikkeling van de populatie nog enigszins binnen de perken te houden. Ook bij het uitvoeren van die maatregelen zal het vaak nodig zijn dat de overheid de bevolking daarbij actief betrekt om een maximale effectiviteit te bereiken.

 

Achtergronddocument voor Beleidsnota

 

In 2003 gaf het ministerie van LNV aan CLM Onderzoek en Advies, het Milieu- en NatuurPlanbureau en de Technische Universiteit Delft de opdracht een achtergronddocument te schrijven, ter voorbereiding van de beleidsnota invasieve exoten.

Dit rapport met de titel “Biologische globalisering; Omvang, oorzaken, gevolgen, handelingsprespectieven” is in mei 2005 opgeleverd. Opmerkelijk genoeg wordt het rapport in de beleidsnota niet genoemd, en is het door het ministerie van LNV nooit openbaar gemaakt.

Via deze site kan het rapport (hoofdtekst en illustratieve/toelichtende boxen) worden gedownload.

 

In dit rapport is het volgende te lezen:

 

“Van alle invloeden die de mens op het milieu uitoefent zijn bio-invasies misschien wel het minst voorspelbaar. De ecologische theorie is nog amper in staat te voorspellen welke soorten invasief zijn en wat de gevolgen van invasies zijn. Sommige soorten blijken pas decennia na introductie schadelijk, andere – zoals de driehoeksmossel – blijken al snel schadelijk, maar hebben zich dan al zozeer verspreid dat zij moeilijk meer zijn te beheersen. En het voorbeeld van de Japanse oester leert dat experts er met hun voorspellingen behoorlijk naast kunnen zitten. Op dit terrein worden weliswaar theoretische vorderingen geboekt maar de onzekerheden blijven groot.

Daarom lijkt een terughoudend beleid geboden op basis van het voorzorgbeginsel: geen introductie tenzij de gevolgen in redelijke mate zijn te voorspellen en aanvaardbaar worden geacht. Een dergelijk nee, tenzij beleid lijkt ook geboden voor gentech gewassen.”

 

“ De meest verstandige gedragslijn lijkt (…):

a. Eerst proberen invasies te voorkomen (preventie).

b. Vervolgens detectie en, waar passend, snelle actie om vestiging te voorkomen (uitroeien).

c. Voor gevestigde soorten: beheersingsmaatregelen, zoals containment of bestrijding.”

 

“Uitroeien kan het best door de kolonist ‘ in de kiem te smoren’. Dus niet er op gokken dat de soort geen schade zal aanrichten, want voorspellen is moeilijk en hoe langer je wacht, hoe moeilijker en duurder uitroeien wordt.”